Geschiedenis


The Berghotel Franzenshöhe is closed, we are renovating!
Thank you all for a great season Karin &Team.

Geschiedenis van het Berghotel Franzenshöhe

Het Berghotel Franzenshöhe, op een klein plateau onder de Passo Stelvio gelegen, vervulde in zijn lange en afwisselingsrijke geschiedenis zeer verschillende functies. Het gebouw werd aan het begin van de negentiende eeuw als kazerne voor het Oostenrijks – Hongaarse leger gebouwd. De naam “Franzenshöhe” kreeg het plateau van keizer Franz Joseph I, die er met zijn gevolg enige tijd verbleef.

Tijdens de bouw van de Passo Stelvio vonden vele arbeiders in het gebouw en de aangrenzende gebouwen (de huidige Cantoniera) onderdak.

Na de afwerking van de Passo Stelvio in oktober 1825 wird de Franzenshöhe een rustplaats voor paardenwissels en enige tijd ook een tolhuis. In deze tijd werd een van de gebouwen uit noodzaak tot postgasthuis omgebouwd, terwijl het andere als paardenstal dienst deed.


 

De opkomst van het toerisme

De unieke bouw en de prachtige bergwereld maakten de Passo Stelvio snel na de opening ver over de grenzen bekend.

Echt beroemd werd de straat in 1876, toen Madeleine Tourville er door haar man Henry net boven de “Weiße Knott” vermoord werd. Een herder zag de moord en gaf hem bij de politie aan. In de loop van het proces werd duidelijk dat Madeleine al de derde vrouw was, die hij omwille van haar geld vermoord had. Alle Europese kranten volgden het proces en als gevolg daarvan nam het toerisme op de Passo Stelvio in belangrijke mate toe.

In de 19e eeuw was het mogelijk de Passo Stelvio ook in de winter over te steken, wat in de huidige tijd ondenkbaar is. Reizigers gingen niet enkel in de winter, maar ook in de sneeuwrijke wintermaanden over de pas. Zogenaamde ‘Rotter’ hielden met sneeuwploegen en schoppen de straat sneeuwvrij.

Generaties op de Franzenshöhe

Rond de eeuwwisseling nam Johann Joseph Wallnöfer het gebouw van de huidige Cantoniera in pacht en beheerde hij het hotel. Hij was verantwoordelijk voor het transport per postkoets van Tirano naar Spondinig en had tijdens zijn ritten de indruk gekregen dat hij op deze plek een winstgevende zaak kon starten. Toen het gebouw te verpachten werd, hapte hij meteen toe.

Het herbergbedrijf liep goed, zodat in 1935 zijn zoon Karl het huidige berghotel Franzenshöhe, door de Italiaanse staat te koop aangeboden, voor 35 000 lire kocht. Dat bedrag komt overeen met de toenmalige waarde van 35 goede melkkoeien. Het toenmalige verpachte gebouw werd een bouwplaats van het stratenbeheer. Karl stierf in 1970, een jaar later nam zijn zoon Johann het hotel over.