Geschiedenis
Geschiedenis van het Berghotel Franzenshöhe
Het Berghotel Franzenshöhe, op een klein plateau onder de Passo Stelvio gelegen, vervulde in zijn lange en afwisselingsrijke geschiedenis zeer verschillende functies. Het gebouw werd aan het begin van de negentiende eeuw als kazerne voor het Oostenrijks – Hongaarse leger gebouwd. De naam “Franzenshöhe” kreeg het plateau van keizer Franz Joseph I, die er met zijn gevolg enige tijd verbleef.
Tijdens de bouw van de Passo Stelvio vonden vele arbeiders in het gebouw en de aangrenzende gebouwen (de huidige Cantoniera) onderdak.
Na de afwerking van de Passo Stelvio in oktober 1825 wird de Franzenshöhe een rustplaats voor paardenwissels en enige tijd ook een tolhuis. In deze tijd werd een van de gebouwen uit noodzaak tot postgasthuis omgebouwd, terwijl het andere als paardenstal dienst deed.
Oude verhalen over smokkelaars en een origineel plan van de postkoetsritten zijn getuigen uit deze tijd. Het plan is nog steeds in de bar van het hotel te bekijken.
Generaties op de Franzenshöhe
Rond de eeuwwisseling nam Johann Joseph Wallnöfer het gebouw van de huidige Cantoniera in pacht en beheerde hij het hotel. Hij was verantwoordelijk voor het transport per postkoets van Tirano naar Spondinig en had tijdens zijn ritten de indruk gekregen dat hij op deze plek een winstgevende zaak kon starten. Toen het gebouw te verpachten werd, hapte hij meteen toe.
Het herbergbedrijf liep goed, zodat in 1935 zijn zoon Karl het huidige berghotel Franzenshöhe, door de Italiaanse staat te koop aangeboden, voor 35 000 lire kocht. Dat bedrag komt overeen met de toenmalige waarde van 35 goede melkkoeien. Het toenmalige verpachte gebouw werd een bouwplaats van het stratenbeheer. Karl stierf in 1970, een jaar later nam zijn zoon Johann het hotel over.
Natuurgeweld
In de winter van 1975 werd het hotel door een lawine deels vernield. Zonder twijfelen bouwde Johann het hotel weer op en moderniseerde het met een zwembad, een tennisplein en kamers met douche en toilet.
Begin jaren 80 nam Karin het hotel van haar vader Johann over. Ze leidde het hotel acht jaren en verpachtte het opnieuw in de jaren 90. Gedurende deze jaren leefde en werkte ze in Seattle (USA) als jeugdwerker. Aangezien de pachtovereenkomst in de zomer van 2000 ten einde liep, kwam ze terug, om het hotel sindsdien zelf te leiden. Karin blijft de traditie van de familie trouw, maar past ook haar eigen ervaringen, die ze buiten het hotelwezen opdeed, in de hotelleiding toe. ein.
Geschiedenis van de Passo Stelvio
Vele eeuwen lang was de Passo Stelvio een belangrijk militair punt en de kortste verbinding tussen Oostenrijk en Lombardije. De eerste sporen van een voetweg in de omgeving van Passo Stelvio dateren al uit de bronstijd (1700-1500 v. Chr.).
De Oostenrijkse regering was zich bewust van het strategisch belang van de Passo Stelvio en gaf in 1812 de opdracht voor de uitbouw van een straat over de pas. Een tweede project uit 1818 werd door keizer Franz Joseph I goedgekeurd. De leiding over het bouwproject werd aan Ingenieur Carlo Donegani uit Brescia toevertrouwd. Na slechts 5 jaar werd in 1825 de Passo Stelvio al voor het verkeer geopend.
De totale lengte van de straat van Spondinig tot Bormio bedraagt 49,42 kilometer. De noordkant van het traject van Spondinig tot pashoogte is 27,45 kilometer lang, heeft 48 haarspeldbochten en overwint 1900 hoogtemeters. De zuidelijke kant van pashoogte tot Bormio, heeft 34 haarspeldbochten, is 21, 97 kilometer lang en overwint 1500 hoogtemeters. Omwille van de moeilijke ondergrond en het grote hoogteverschil werden vooral bijzonder scherpe haarspeldbochten aangelegd. (zie M. Thöni, “Die Geschichte einer Paßstraße ”)
De opkomst van het toerisme
De unieke bouw en de prachtige bergwereld maakten de Passo Stelvio snel na de opening ver over de grenzen bekend.
Echt beroemd werd de straat in 1876, toen Madeleine Tourville er door haar man Henry net boven de “Weiße Knott” vermoord werd. Een herder zag de moord en gaf hem bij de politie aan. In de loop van het proces werd duidelijk dat Madeleine al de derde vrouw was, die hij omwille van haar geld vermoord had. Alle Europese kranten volgden het proces en als gevolg daarvan nam het toerisme op de Passo Stelvio in belangrijke mate toe.
In de 19e eeuw was het mogelijk de Passo Stelvio ook in de winter over te steken, wat in de huidige tijd ondenkbaar is. Reizigers gingen niet enkel in de winter, maar ook in de sneeuwrijke wintermaanden over de pas. Zogenaamde ‘Rotter’ hielden met sneeuwploegen en schoppen de straat sneeuwvrij.
De Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten de Oostenrijke en Italiaanse soldaten aan het Ortlerfront. De pas was in deze tijd voor privéverkeer gesloten en werd enkel voor militaire doelen gebruikt. Als gevolg van de oorlog was de Passo Stelvio niet langer de grensovergang: in 1918 werd Zuid-Tirol Italiaans grondgebied. In de volgende periode tussen beide wereldoorlogen begon het zomerskiën op de Passo Stelvio, dat in het jaren 70 met Gustav Thöni uit het nabijgelegen Trafoi een hoogtepunt kende.
Nieuwe horizons
Vandaag heeft de pas door de opwaardering van het Nationaal Park Stelvio een nieuwe betekenis verworven. Na jarenlange verwaarlozing en verval van de Passo Stelvio, worden in de laatste jaren door de regio Zuid-Tirol verhoogde financiële middelen ter beschikking gesteld. De panoramastraat moet bewaard blijven en nieuwe bestemmingen krijgen. Hopelijk kan de Passo Stelvio ook de komende decennia als koningin van de Alpenpassen met zijn unieke bergwereld, bezoekers uit de hele wereld verwelkomen.